01. Hôtel-Dieu

Historicus Bart van Loo vertelt in boek (het lezen waard) en podcast (het luisteren waard) het verhaal van De Bourgondiërs, de aartsvaders van de Lage Landen. Het verhaal, waarvan we hebben genoten, maakt ons nieuwsgierig naar de streek en dus gaan we op pad. Als omleidingen en file’s voorbij zijn, begint de regen. Geen goed begin van deze reis, maar als we de camperplek in Beaune (sitecode 2230) op rijden, breekt voorzichtig het zonnetje door

Een bezienswaardigheid van Beaune is het ‘Hôtel-Dieu’, gebouwd in opdracht van Nicolas Rolin, kanselier (regeringsleider) van Philips de Goede. Tegen het eind van zijn leven wil Rolin zijn plaatsje in het  hiernamaals veilig stellen door een goede daad te verrichten. Hij geeft in 1443 opdracht tot de bouw van een armenhospitaal: Hôtel-Dieu, of Hospice de Beaune.

Op 1 januari 1452 begint de verzorging van zieken. Het duurt tot 1971, als de laatste patiënten naar een moderner gebouw worden overgebracht. Tegenwoordig is het een museum, dat een aardig beeld geeft van de geschiedenis.

Kleinere kamers geven onderdak aan meer welgestelde patiënten. In een grote zaal worden 60 (armere) mensen in 30 bedden verpleegd.

Rolin vraagt de Vlaamse schilder Rogier van der Weyden een schilderij te maken, dat de zieken en stervenden zal inspireren te bidden voor hun zieleheil: ‘Het laatste oordeel’. Het schilderij is er nog altijd te bewonderen.

02. Op pad

Bourgondië is beroemd om zijn wijn en wij laten ons de Pinot Noir dan ook goed smaken. Tussen Dijon en Beaune zien we diverse wijngaarden clos: (ommuurde wijngaarden), domaines en chateaus, maar als we Beaune dinsdagochtend na het ontbijt verlaten en naar Veuvey-sur-Ouche rijden…..

….. zien we vooral bos. De D104a slingert zich over de berg

tot aan het Canal de Bourgogne waar we een camperplek (sitecode 71692) vinden. 

Tussen kanaal en camperplek ligt een fietspad waar eerder het jaagpad was. We fietsen een Hollands vlakke tocht, behalve bij de sluizen, waar we telkens een andere verdieping bereiken.

Woensdag weer verder. dan is Dijon het doel.

03. Dijon

We twijfelen, als we de poort van camping Lac du Kir (sitecode 6577) uit fietsen. Linksaf, of rechtsaf. Een vriendelijke Franse mevrouw vraagt ons waar we naar toe willen. “Le puits de Moïse  à Champmol”, flappen we er in spontaan Frans uit. Het antwoord verstaan we niet, maar we begrijpen dat ze ons naar de plek zal loodsen. Nog geen kilometer later staan we voor de Mozesput, waarover Bart van Loo ons heeft verteld.

Philips de Stoute geeft is 1383 opdracht tot de bouw van een Kartuizer klooster in Champmol, westelijk van Dijon. Op het terrein wordt een mausoleum voor hem zelf en zijn nageslacht gebouwd. Beeldhouwer Claes (Claus) Sluter uit Haarlem maakt er de praalgraven en verschillende beeldengroepen. Een flinke 400 jaar later verbouwt de rijk geworden en latere minister van Napoleon Emmanuel Crétet het klooster tot woning. De graven worden verplaatst naar het hertogelijk paleis en de rest wordt verbouwd. Slechts een van de beeldengroepen, de zogenaamde Mozesput behoudt hij. Tegenwoordig maken de gebouwen van het klooster deel uit van een psychiatrisch ziekenhuis.

Links de inmiddels ingebouwde Mozesput,
rechts een detail van het beeldhouwwerk van Claes Sluter

De praalgraven van de hertogen van Bourgondie vinden we in het Palais des Ducs, dat verder gesloten is voor renovatie. We bekijken de praalgraven met het verhaal van Bart van Loo in gedachten.

Op 16 april 1404 geeft Philips de Stoute een groot (Bourgondisch) feest. De oude Philips wordt besmet met de griep. Hij voelt zijn einde naderen en wil het liefst thuis in Dijon sterven. Een reiswagen wordt klaar gemaakt en op zaterdag 26 april vertrekt de stoet. Zijn toestand gaat snel achteruit en de volgende ochtend al, de stoet is nog maar bij Halle, geeft hij de geest. Zijn lichaam wordt gebalsemd en alsnog naar Champmol gebracht, waar hij tot aan de Franse revolutie zal rusten. Het praalgraf laat Philips zien met daaronder een groot aantal pleuranten: mensen die hem bewenen.

links het praalgraf van Philips de Stoute,
rechts de hertog himself
Details van twee pleuranten

Onder de indruk van de veertiende eeuwse kunstwerken van Claes Sluter lopen we door het onverwacht mooie Dijon. Straten als  Rue Chaudronnerie (koperslagers) en  Rue Verrerie (glazenmakers) laten goed gerestaureerde  middeleeuwse panden zien.

Een van die middeleeuwse panden herbergt de moutarderie van Edmond Fallot. Het winkeltje telt tientallen soorten mosterd. Je kunt er proeven en natuurlijk kopen. 

In werkelijkheid stoelt het woord mosterd op de grondstof mout, maar een verhaaltje is vaak leuker dan de werkelijkheid. Bart van Loo:

“Moult me tarde”, “veel wacht op mij” was het devies van Filips de Stoute. Als dank voor bewezen diensten mocht de Bourgondische hoofdstad Dijon vanaf 1384 dat devies gebruiken. Mosterdmaker en burgemeester Jean Poissonet was daar zo blij mee, dat hij het als reclameslogan voor zijn mosterd ging gebruiken: Moutarde de Dijon.

04. Voie de Vignes

In 1395 verbiedt Philips de Stoute de Gamaydruif ten gunste van de Pinot Noir.
Met de Pinot noir-druif proberen grootvader en kleinzoon Philips (respectievelijk de stoute en de goede) in de veertiende eeuw de kwaliteit van de Bougognewijn te vergroten. De Gamaydruif moet het veld ruimen en vertrekt zuidwaarts voorbij Mâcon naar de Beaujolais.

Wij zijn geen echte wijnkenners, maar proeven graag en dan het liefst op een leuke plek, die we vinden aan de Voie de Vignes tussen Beaune en Santenay, een fietspad dwars door de wijngaarden.

filmpje

05. Bourgondisch

Met zijn zeer luxe huwelijksfeest in het Gent van 1369 maakt Philips de Stoute indruk op de Vlaamse kooplieden. ‘Bourgondisch’ is als begrip geboren. Wij passen ons graag aan: Pinot-Noir (Bourgondische wijn), pain d’épice (Bourgondische kruidkoek), bœuf bourguignon (Bourgondisch stoofpotje) helpen daarbij.

Zondag 14 april rijden we Bourgondië uit. We luisteren naar het achtste en laatste deel van de podcast over de Bourgondiërs, waarin ook de achterkleinzoon van Philips de Stoute (en dat is Karel de Stoute) aan zijn eind komt. We hebben genoten van de verhalen van Bart van Loo en raden de podcast van harte aan (https://klara.be/debourgondiers)

Onderweg belanden we in Vezelay, een middeleeuws bedevaartsoord op een berg met een grote basiliek. De mis is net ten einde. We zien parochianen en religieuzen de kerk verlaten.

Wij doen een laatste aanpassing aan het Bourgondische leven met de beroemde œufs en meurette (ei in rode wijnsaus). Van oorsprong een maaltijd van restjes van de bœuf bourguignon, voor ons een lunchgerecht in de Relais du Marvan. Net als al die andere Bourgondische heerlijkheden smaakt deze ons ook prima.

In 1369 wordt het huwelijk van Philips gesloten in de Sint Baafskathedraal. We besluiten om naar Gent te rijden en ook daar eens te gaan kijken