03. Dijon

We twijfelen, als we de poort van camping Lac du Kir (sitecode 6577) uit fietsen. Linksaf, of rechtsaf. Een vriendelijke Franse mevrouw vraagt ons waar we naar toe willen. “Le puits de Moïse  à Champmol”, flappen we er in spontaan Frans uit. Het antwoord verstaan we niet, maar we begrijpen dat ze ons naar de plek zal loodsen. Nog geen kilometer later staan we voor de Mozesput, waarover Bart van Loo ons heeft verteld.

Philips de Stoute geeft is 1383 opdracht tot de bouw van een Kartuizer klooster in Champmol, westelijk van Dijon. Op het terrein wordt een mausoleum voor hem zelf en zijn nageslacht gebouwd. Beeldhouwer Claes (Claus) Sluter uit Haarlem maakt er de praalgraven en verschillende beeldengroepen. Een flinke 400 jaar later verbouwt de rijk geworden en latere minister van Napoleon Emmanuel Crétet het klooster tot woning. De graven worden verplaatst naar het hertogelijk paleis en de rest wordt verbouwd. Slechts een van de beeldengroepen, de zogenaamde Mozesput behoudt hij. Tegenwoordig maken de gebouwen van het klooster deel uit van een psychiatrisch ziekenhuis.

Links de inmiddels ingebouwde Mozesput,
rechts een detail van het beeldhouwwerk van Claes Sluter

De praalgraven van de hertogen van Bourgondie vinden we in het Palais des Ducs, dat verder gesloten is voor renovatie. We bekijken de praalgraven met het verhaal van Bart van Loo in gedachten.

Op 16 april 1404 geeft Philips de Stoute een groot (Bourgondisch) feest. De oude Philips wordt besmet met de griep. Hij voelt zijn einde naderen en wil het liefst thuis in Dijon sterven. Een reiswagen wordt klaar gemaakt en op zaterdag 26 april vertrekt de stoet. Zijn toestand gaat snel achteruit en de volgende ochtend al, de stoet is nog maar bij Halle, geeft hij de geest. Zijn lichaam wordt gebalsemd en alsnog naar Champmol gebracht, waar hij tot aan de Franse revolutie zal rusten. Het praalgraf laat Philips zien met daaronder een groot aantal pleuranten: mensen die hem bewenen.

links het praalgraf van Philips de Stoute,
rechts de hertog himself
Details van twee pleuranten

Onder de indruk van de veertiende eeuwse kunstwerken van Claes Sluter lopen we door het onverwacht mooie Dijon. Straten als  Rue Chaudronnerie (koperslagers) en  Rue Verrerie (glazenmakers) laten goed gerestaureerde  middeleeuwse panden zien.

Een van die middeleeuwse panden herbergt de moutarderie van Edmond Fallot. Het winkeltje telt tientallen soorten mosterd. Je kunt er proeven en natuurlijk kopen. 

In werkelijkheid stoelt het woord mosterd op de grondstof mout, maar een verhaaltje is vaak leuker dan de werkelijkheid. Bart van Loo:

“Moult me tarde”, “veel wacht op mij” was het devies van Filips de Stoute. Als dank voor bewezen diensten mocht de Bourgondische hoofdstad Dijon vanaf 1384 dat devies gebruiken. Mosterdmaker en burgemeester Jean Poissonet was daar zo blij mee, dat hij het als reclameslogan voor zijn mosterd ging gebruiken: Moutarde de Dijon.

2 gedachten over “03. Dijon

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *